Rendementsdenken bedreigt onze taal

Terwijl hele volksstammen flippen als er iemand Arabisch spreekt, “want straks verdwijnt onze cultuur”, hoor je vrijwel niemand over het feit dat driekwart van het universitair onderwijs intussen in het Engels gegeven wordt.

Er stond afgelopen week een interessant artikel in de Volkskrant: Nee tegen stone coal English, waarin Martin Sommer vertelt dat drie kwart van de masteropleidingen intussen in het Engels worden gegeven. Maar, zegt Sommer, Nederlandse docenten die college geven in halfbakken Engels wat door studenten maar half begrepen wordt, dat leidt tot een kwart van de onderwijsopbrengst. Hij betoogt dat de verengelsing van het universitair onderwijs dom, achteloos maar onstuitbaar is.

Ik denk dat er wel iets meer over te zeggen valt dan dat het slecht is voor ons onderwijs. Hoewel dat vast en zeker waar is.

Kindertaal, dat is pas toegankelijk

De taalwissel naar Engels wordt vaak verdedigd door te zeggen dat wetenschappelijke resultaten zo beter toegankelijk worden. Maar: Dat lijkt een beetje dom. Bijvoorbeeld omdat de Engelse taalbeheersing vaak niet al te best is. Dat je wetenschapper bent, maakt je nog geen gekwalificeerd en professioneel vertaler. Publicaties worden daardoor vaak niet in genuanceerd en taalrijk Engels geschreven, maar (zoals filosoof Ad Verbrugge het uitdrukt) in de afgevlakte pseudotaal van het globish. Daarbij gaat onherroepelijk betekenis verloren of erger, raakt deze onopzettelijk misvormd.

Dat is echter niet het enige probleem van toegankelijkheid. Op veel onderwijsinstituten wordt bijvoorbeeld niet alleen geëist dat scripties en onderzoeken in het Engels worden geschreven, maar is er een verbod op een Nederlandstalige vertaling als bijlage. Zelfs het abstract mag niet tweetalig.
Dit verbod geeft in het Nederlands taalgebied natuurlijk geen extra toegankelijkheid, maar verminderde toegankelijkheid.

Er zit een grootheidsdenken achter waarbij de Engelstalige wereld (Lees: VS) het enige podium van belang is. Waarbij resultaten van wetenschap, bedrijfsleven of kunst per definitie in het buitenland worden beoordeeld, én genoten. De resultaten zijn niet bestemd voor de onbetekenende Nederlandse boertjes, maar voor de mensen en instellingen van het grote geld.

Nationalisme of diversiteit?

Misschien komt het wel door die enorme heisa over boerkini’s van de afgelopen week. Misschien heeft het me besmet. Ik geef het eerlijk toe: Ook ik geef iets om de teloorgang van onze taal.

w475_ST_boerkini_begrotingEven een zijstapje, over de zaken die er wél echt toe doen.
Burgemeesters, rechters en journaallezers zijn het er over eens. De miljarden moslima’s in boerkini die onze stranden bevolken, verstoppen kalasnikovs en vrachtwagens onder hun badpak. Dat moet natuurlijk onmiddellijk verboden worden. Vrouwen die niet naar zich laten loeren zijn sowieso niet feministisch.
Of hoe zat dat ook al weer.
Vrouwen moeten leren voor zichzelf op te komen, en dus dwing je ze om zich publiek te ontkleden op het strand, onder dreiging van politiegeweld. Zo verdedigen wij onze vrije cultuur tegen de barbarij!

Hoe dan ook, terug naar de universiteiten: ik ben het gewoon met Sommer eens. Ik hoop trouwens dat die verengelsing niet zo onstuitbaar is als hij vreest.

En toch: Zoals je weet ben ik geen nationalist.
Het is een uitstekend idee dat mensen zich leren redden op straat en in de wereld, en Engels leren. Ik heb vaak dikke lol met de buitenlandse studenten die ik in de stad tegenkom (onder andere om mijn Engels, Balkenende is er niets bij). In welke taal mensen op de tram met elkaar praten zal me worst wezen. En dat we hier veel leenwoorden uit andere talen hebben vind ik niet fout, maar logisch.

Maar ik hou ook erg van diversiteit.

Daarover horen we niets van de voorstanders van Engelstalige masters. Die hebben het over concurrentie en rendement, over de opbrengst van buitenlandse studenten, ok, ook over samenwerking, maar vooral over employability, branding en de war for talent.
Niet over diversiteit, pluriformiteit, karakter, eigenheid.

Economisering van ons denken

En taal is denken. Een wereld die nog maar in één taal denkt, spreekt en schrijft, is geen kosmopolitische wereld, maar een monoculturele en versimpelde eenheidsworst.

Een wereld waarin jouw identiteit en je verbondenheid met de wereld moeten wijken voor de concurrentie tussen universiteiten, steden en vooral werknemers. Waarin de enige waarde van mensen hun economische waarde is. Waarin de enorme diversiteit in lokale sferen, doelen, kunsten, ideeën en oplossingen tot een smakeloze koek zijn platgestampt en er alleen nog verschil is tussen de taal, ideeën en vooral mogelijkheden van de haves en de havenots, tussen de hoog- en laagopgeleiden, tussen hen die er toe doen en hen die niet voor bacon en beans, maar voor spek en bonen mee mogen doen.

Ik zou het dus doodzonde vinden als de Nederlandse taal verdwijnt, of degradeert tot een taal waarin je nog wel kunt zeggen dat je moet pissen, maar niet meer over wetenschap, literatuur of kunst praat.

Niemand heeft het gevoel dat zij haar taal of cultuur verliest als ze toevallig een college in het Engels volgt.
Maar laten we wel wezen: als het hoger onderwijs in je land als voertaal Engels heeft, duurt het hooguit een generatie voor de voertaal van de elite Engels is, en Nederlands een dialect is geworden voor ‘het plebs’.

Levende taal en doodse managers

Je kunt daar op tegenwerpen dat levende talen nu eenmaal dynamisch zijn. Men kan een taal niet fixeren en eisen dat ze niet mag veranderen. Of je moet een taal eerst uitroeien; er een dode taal van maken zoals Latijn.

Eens.
Ik wil het Nederlands geenszins bevriezen. (Ik rakel graag archaïsche woorden op, maar geniet ook erg van de nieuwe. “Framen” is daar trouwens een erg bruikbare van.)

Maar de verengelsing van het onderwijs heeft niets met de dynamiek van een levende taal te maken. Het is niet zo dat er toevallig steeds meer mensen steeds meer Engelse woorden gebruikten, totdat we na een eeuw of wat constateerden dat er eigenlijk niemand meer Nederlands sprak op straat.
Nee, dit is geen natuurlijke osmose van de taal, maar een opleggen van bovenaf. Een radicale breuk, waarbij een opleidingsinstituut van de ene op de andere dag haar taal verruilt, omdat een stel managers denkt dat hun organisatie dan concurrerender is.
Engels is een prachtige taal. Rendementsdenken is dat op meerdere manieren niet.

In neonazikringen hebben ze een enorme hekel aan DJ’s. Ze hebben daar alleen platenruiters.
Tja. Ik vind dat zo onnozel dat het ergens weer schattig wordt.
De verengelsing van ons onderwijs is minstens zo onnozel, maar de consequenties reiken heel wat verder.

Wat we moeten nastreven, is niet het kunstmatig beademen van een comatueuze taal of het bevriezen van Nederland in de jaren ’50. Maar evenmin een kunstmatig en gedwongen levenseinde voor een bruisend taalgebied. Laat levende talen naast elkaar bloeien, liefst gesproken door twee-, drie-, veeltaligen. Laat ze elkaar beïnvloeden.
Maar schaf niet in het hoger onderwijs je eigen taal af, bloody idiots.

Waarom niet?

Martin Sommer heeft als belangrijkste bezwaar tegen universitaire verengelsing dat het slecht is voor de kwaliteit van ons onderwijs. Daar heeft hij gelijk in, maar het is maar een tijdelijk bezwaar. Zodra de oude lullen met hun steenkolenengels het veld hebben geruimd, zal de kwaliteit van taalgebruik, taalbegrip en onderwijs weer omhoogschieten.

Taalstrijd als class war

Er is echter een veel belangrijker bezwaar. Belangrijker dan een dip van vijftien jaar in onze onderwijskwaliteit, belangrijker ook dan mijn liefde voor het Nederlands, wat op den duur ook maar nostalgie is als alles zo onstuitbaar is als Sommer denkt.

Het echte bezwaar tegen Engels als voertaal op universiteiten, is dat het van de toch al steeds extremere verschillen tussen sociale klassen, een taalkwestie maakt. Waarbij de ene mens twee jaartjes een paar uur per week Engels krijgt op de middelbare school, en de ander dag en nacht leert en werkt in het Engels. Daarmee wordt de kloof onoverbrugbaar.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de idiotie van het opgeven van je taal en culturele identiteit omdat je denkt dat dat rendabeler is.

being is replaced by having
strip van The Slow Burning Fuse

Maar laten we ons maar weer snel druk maken over gelukszoekers en boerkini’s die onze cultuur komen verdrukken. Dat is pas gevaarlijk.

Is dat meten met twee maten?
Absoluut. Maar het is meer dan dat.

Aandacht afleiden van precariteit

Nee, ik denk niet dat Jet Bussemaker persoonlijk haar best doet om de aandacht van het rendementsdenken af te leiden door steeds over moslims te beginnen. Toch is dat precies wel wat binnen onze samenleving als geheel doorlopend gebeurt. Terwijl ons leven op steeds meer fronten wordt geprecariseerd.

Precarisering betekent letterlijk onzeker maken. Ons leven wordt steeds meer precair doordat we geen vast contract meer krijgen, doordat huurrecht wordt ondermijnd via precaire antikraakcontracten en tijdelijke huurcontracten, doordat we altijd bereikbaar en representatief moeten zijn voor onze baas of opdrachtgever, doordat big data geen privacy meer toestaan en alles over ons bekend is, doordat mensenrechten en sociale voorzieningen op de tocht staan en onzeker zijn geworden.

Nu komt ook onze taal bij dat rijtje.
Ons precaire bestaan, waarin we ons bestaansrecht continu moeten bevechten, draait niet om geluk, verbondenheid of zelfvervulling, maar om employability en je persoonlijke rendement voor anderen.

Het is deze ondergeschiktheid aan rendementsdenken, die het ware probleem is van onze tijd. Maar als je mij een hand geeft, en tegelijkertijd zegt dat mijn haar paars is, past er op dat moment niks meer bij in mijn hoofd.

Dat is hoe racisme werkt. En daarom hoor je niemand over precaire huurcontracten of Engelstalige universiteiten, maar wel over boerkini’s.

 

Tekst: Bas Thijs.
Cartoon begroting & boerkini: Lectrr, gebruikt met vriendelijke toestemming. (Dankjewel!)
Strip "Being has been replaced": The Slow Burning Fuse.
Fotocollage: Bas Thijs, op basis van
 Riot police, photo by Charles de Jesus, (CC BY 2.0);
 Jet Bussemaker, foto door Sebastiaan ter Burg,  (CC BY 2.0);
 en enkele strandfoto's uit het openbaar domein.

11 gedachten over “Rendementsdenken bedreigt onze taal”

  1. Wat is tegenwoordig featuring streetspeak? In mijn jeugd was dat outfadend Jiddisch, gemengd met opkomende Indo-invloeden, maar beslist zónder Frans. Out-Holandès, het door op zijn beurt ook weer irritant wordende mocromode achterhaalde neo-Esperanto van Wladimir Arn, leek in de literatuur even toekomst te hebben, maar nee. Engels was er atijd al. Gewoon, omdat het beter bekt dan Nederlands. En, niet in de laatste plaats, omdat het blijft innoveren met hippe ‘zwarte’ input. Laten we ons vastgelopen Nederlands maar gewoon opgeven.

  2. Hoi Bas,

    Vanuit taalkundig perspectief kan ik het hier toch echt niet mee eens zijn. We weten heel veel over taalvitaliteit in een tweetalige samenleving, en het Nederlands is door het Engels de voertaal in het hoger onderwijs te maken echt niet in een benarde situatie. Bovendien hebben we het nu over tweetaligheid in een specifiek register/taalsituatie. Alle studenten en wetenschappers praten nog altijd Nederlands in vrijwel alle andere registers/taalsituaties. Dat studenten opgeleid worden om later in het Engels te kunnen meekomen, wie weet wetenschappers worden en hun kennis met meer dan alleen Nederlandstaligen kunnen delen is een heel goede ontwikkeling. Kennis wil je delen met iedereen en niet alleen met die paar Nederlandstalige mensen binnen je vakgebied. Er is veel aandacht voor academisch schrijven en presenteren in het Engels, en zoals je al aangaf is het enkel nog de oude generatie wetenschappers/hoogleraren die steenkolenengels spreken. Bovendien: als al het hoger onderwijs alleen in het Nederlands zou zijn zou er nog steeds een kloof zijn tussen hoog- en laagopgeleiden. Vakjargon is vakjargon, kennis is kennis, in welke taal het onderwijs ook is.

    1. Ik heb niets tegen tweetaligheid, zoals ik al letterlijk schrijf 🙂 Mijn probleem ligt bij het verbieden van Nederlands.
      Wat je schrijft over de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden: juist omdat die al bestaat zouden we er beter aan doen om te bedenken hoe we die kunnen verkleinen in plaats van vergroten.

  3. Kijk eens aan. Het gewone nieuws heeft het ook opgepikt vanochtend. Waren we toch mooi weer een dag eerder (of een week later dan de Vk, het is maar hoe je het bekijkt 😉 )

    Ook Bussemaker lijkt er kritisch op, maar als je goed oplet is dat schijn.

    “Volgens haar zijn er twee voorwaarden om in het Engels te doceren. Er mag geen steenkolenengels worden gebruikt en het mag niet zo zijn dat er alleen om commerciële redenen in het Engels les wordt gegeven, dus alleen maar om meer internationale studenten te trekken.”

    Dat zijn natuurlijk twee totaal onmeetbare voorwaarden. Het betekent gewoon dat ze ja zegt.

  4. Geachte Cora,
    Ooit schreven de wetenschappers in Europa in het latijn. Dat vonden ze handig opdat wetenschappers uit alle landen in Europa hun publicaties konden lezen.
    Echter toen er meer nationaal zelfbewustzijn ontstond in bepaalde landen waaronder Nederland besloot men in de volkstaal te publiceren. Dat deed men omdat men wilde dat wetenschap voor iedereen in het land toegankelijk zou zijn .
    Wat er nu gebeurt is doodleuk de tijd eeuwen terugdraaien door een vreemde taal te gaan gebruiken.

  5. Je hebt voor het kromme NL/E zelfs een app “make that the cat wise” kan je tenenkrommend lache wat ons te wachten sttat als die studenten van de uni afkomen…

  6. Hier een citaat uit een Nederlandstalig artikel van Sjef Barbiers (gepubliceerd in 2008) over variatie in werkwoordsclusters (een syntactisch verschijnsel):

    ‘Nu volgt onmiddellijk dat participia en kale infinitieven niet alleen na maar ook voor V.rechts kunnen staan. V.Aux, d.w.z. modale en aspectuele hulpwerkwoorden en hulpwerkwoorden van tijd nemen niet zelf een DP-subject, dus een verbale constituent kan fungeren als hun subject. Daarvoor moet die verbale constituent gesatureerd zijn, d.w.z. het mag niet zelf een predicaat zijn. Dit is het geval onder de
    traditionele en plausibele aanname dat hulpwerkwoorden pas aan VP aanhechten nadat de argumenten van V met V zijn gecombineerd, als in (15). De restricties op predicatie staan dus VP-Intrapositie op basis van de structuren in (15) toe en daarmee variatie in de volgorde van de twee werkwoorden.’ (p. 11)

    Het hele proces van het kennis vergaren is slechts voor de wetenschappers zelf interessant, en de moeite waard om te volgen. Het is praktischer dat in het Engels te doen, omdat je dan mondiaal het debat aan kan gaan, en visies en theorieën kan delen. Bovendien ben je als wetenschapper altijd op zo’n klein specifiek onderdeel van je vakgebied bezig dat je in een land als Nederland maar een handvol mensen hebt om mee te discussiëren (en dan heb je al geluk, soms zijn het er maar een of twee). Zodra wij die kennis om kunnen gaan zetten in praktische adviezen aan bijvoorbeeld mensen die zich bezighouden met taalbeleid, educatie, advies aan ouders die hun kinderen tweetalig opvoeden, of therapie voor mensen met taalachterstanden of taalstoornissen, dan delen wij onze opgedane kennis gewoon weer in het Nederlands. Zodat die vakmensen de kennis toe kunnen passen. Het hele proces wat daaraan voorgaf ging, is niet van belang voor de maatschappij, maar wat er daarna mee gedaan wordt.

    1. Kijk, daar ben ik het nou echt vreselijk mee oneens. Het is in mijn ogen een ouderwets soort elitair denken, waarbij het volk te dom wordt geacht om te begrijpen waar de deskundigen mee bezig zijn.
      Ik lees zelf vaak onderzoeken op andere vlakken dan waar ik zelf voor opgeleid ben. En ik ben geen wetenschapper. Maar zonder dat zou ik veel artikelen niet kunnen schrijven. Sterker nog, als ik niet ooit een specialist met een aantal (in dit geval medische) wetenschappelijke publicaties om haar oren had kunnen slaan, had ik helemaal niks meer gekund, en als ik hetzelfde later niet net op tijd bij een andere specialist had gedaan, had mijn moeder niet meer geleefd. Ik kan je dus uit eigen ervaring verzekeren dat het belangrijk is dat niet alleen je vakgenoten je publicaties kunnen lezen, en dat we meer zien dan wat simplistische persverklaringen, maar redenaties en resultaten kunnen zien.

      In welke taal je met je vakgenoten discussieert moet je helemaal zelf weten. Maar ik vind het van den gekke dat onderwijsmanagers Nederlandstalige publicaties verbieden.

  7. Maar dat heb je dan voor dit artikel even niet gedaan? Over het hele Engelse/Nederlandse debat kunnen we van mening verschillen (hoewel je telkens niet terugkomt op mijn punt dat als we in het Nederlands publiceren etc, we maar met een handvol vakgenoten kunnen discussiëren, wat de kennis klein houdt en heel vervelend is voor de wetenschappers zelf), maar niet over taalvitaliteit een tweetaligheid in een (specifieke taalsituatie in) een land. Je zegt: ‘Maar laten we wel wezen: als het hoger onderwijs in je land als voertaal Engels heeft, duurt het hooguit een generatie voor de voertaal van de elite Engels is, en Nederlands een dialect is geworden voor ‘het plebs’.’ Dat is zeker niet wat er gaat gebeuren als gevolg van de invoering van Engels in het hoger onderwijs. Als je graag artikelen wil over taalvitaliteit e.d., laat maar weten dan stuur ik ze op (in het Nederlands of het Engels).

    1. Hmm. Jij komt met het argument dat het proces van kennis vergaren alleen voor wetenschappers zelf interessant is. Ik heb daar een behoorlijk doorslaggevend tegenargument op gegeven, denk ik. Nu ga je daar niet meer op in, maar zeg je dat ik “telkens” maar geen tegenargument geef als je zegt dat je maar een handvol Nederlandstalige vakgenoten hebt. Dat vind ik een beetje flauw, en het is bovendien niet waar. Ik zeg juist steeds dat je met je vakgenoten moet praten in de taal die jullie zelf verkiezen, maar dat ik ageer tegen het verbieden van Nederlands.
      Cora, volgens mij beginnen we onszelf te herhalen. Als je een onderzoek weet te vinden wat aantoont dat het veranderen van de voertaal van het complete hoger onderwijs geen effect heeft op het gebruik van die taal, of op de kloof tussen hoger en lager opgeleide mensen, dan lees ik dat graag, want dat lijkt me iets wonderlijks. Maar misschien moeten we er in berusten dat we elkaar niet kunnen overtuigen, of het een keer offline proberen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *